|
Gemary
E. Rivera
Poes
heet Fuzzy. Fuzzy is een kater. Hij heeft een zachte vacht. Hij ligt
graag te slapen op zijn zwart-en-witte bedje. Hij jaagt op muizen en
ratten en lust graag vlees. Hij vindt het heerlijk om met een bolletje
wol te spelen. Als ik thuis kom dan roep ik hem en hij kent zijn naam.
Dan komt hij altijd.
Dan til
ik Fuzzy op. Hij likt mijn hand om die schoon te maken. Dan ga ik met
Fuzzy in mijn armen naar de keuken. Dan zet ik Fuzzy neer en pak de melk.
Ik doe de melk in zijn schaaltje.
Hij
likte de melk in het schaaltje op. Ik zei: "Grote jongen,
Fuzzy". Hij kijkt me aan. Ik ga naar mijn kamer. Fuzzy komt me
achterna. Ik zei toen:" Ben jij slim, Fuzzy?". Ik zat op bed.
En toen sprong Fuzzy op het bed.
Ik voel
me een beetje moe. Ik viel in slaap. Fuzzy en ik zijn allebei in slaap
gevallen.
|
|
|