
De Ware Betekenis van Kerstmis
Door Polly Griffin
Om de ware betekenis van Kerstmis te begrijpen, moeten we terug naar het begin van de schepping. God schiep een prachtige aarde en hemel als een huis voor Zijn zoon, Adam. (Lucas 3:38, Genesis 1:1 – 3:24) Adam was geschapen naar het beeld en de gelijkenis van God, zijn vader. Van aarde en klei vormde God, de Heer, ieder beest van het veld en iedere vogel in de lucht. Hij bracht ze naar Adam, zodat Adam ze namen kon geven.
Uit deze aarde groeide ook iedere boom die plezierig is om naar te kijken en voor voedsel kan zorgen. Gedurende deze periode was er geen ziekte, lijden of dood. En God, de Heer, plaatste de mens in de tuin van Eden om die te bewerken en te onderhouden.
"God, de Heer, zei tegen de mens: Je mag eten van alle bomen in de tuin, alleen niet van de boom die inzicht geeft in goed en kwaad. Wanneer je daarvan eet, zul je zeker sterven." (Genesis 3:16-17)
God dacht dat het niet goed was voor de mens om alleen te zijn en daarom bracht hij Adam in een diepe slaap. God verwijderde een rib van Adam en vormde hiervan een vrouw om zijn gezellin te zijn. Adam noemde zijn vrouw Eva. God had Adam en Eva bijna alles gegeven. Ze woonde waarachtig in het paradijs, de hemel op aarde.
Nu woonde er in het Hof van Eden ook een slang. Deze slang was echter niet zomaar een slang. Het was Satan, in de gedaante van een slang (Openbaring 20:2) Satan is ook bekend als de verleider en de duivel. Hij verpersoonlijkt al het slechte en rebellie.
De slang verleidde Eva en zei:
"Sterven? Je zult helemaal niet sterven! Integendeel, God weet dat jullie de ogen open zullen gaan zodra je ervan eet. Dan zul je aan hem gelijk zijn en inzicht hebben in goed en kwaad." (Genesis 3:4-5)
Eva zag dat er heerlijke vruchten aan de boom hingen. Daarom plukte ze wat vruchten van de boom en at ervan; ook gaf ze wat aan Adam en hij at er eveneens van. Door te eten van het verboden fruit veroorzaakte Adam te ondergang van de mensheid. God verjoeg Adam en Eva uit het Hof van Eden en ziekte, lijden en dood kwamen op aarde. Ongehoorzaamheid tegen de wetten van God brachten ziekte en lijden.
Ondanks het falen van Adam en Eva, verloor God niet Zijn liefde voor de mens en hij beloofde dat hij een Redder zou sturen om de mens te herstellen in de paradijselijke staat die Hij voor ze bedoeld had. (Genesis 3:15, Romeinen 16:20)
Door de eeuwen heen vertelden de profeten het verhaal van de Redder die naar de aarde zou komen om de mensen te redden van hun zonden en ze te herstellen in de paradijselijke staat. (Jesaja 7:14, Matteüs 6:10, Hebreeërs 9:12, Openbaringen 21:4) Ongeveer tweeduizend jaar geleden werd deze voorspelling bewaarheid toen de maagd Maria zwanger werd van een zoon welke in haar verwekt was door de Heilige Geest. Dit kind was niet zomaar een kind, want hij was de belichaming van het Woord van de hemel welke naar de aarde kwam in de vorm van Gods enige zoon, Jezus. (Johannes 1:1-14, Johannes 3:16, 1 Korintiërs 15:47, Johannes 8:23)
"Het Woord is mens geworden en is onder ons komen wonen. Wij hebben zijn glorie gezien, vol van goedheid en waarheid, de glorie die hij ontving als enig kind van de Vader". (Johannes 1:14)
Maria was verloofd met Josef toen ze zwanger werd van de Heilige Geest. Josef trouwde met haar, maar hun huwelijksnacht voltrok zich niet tot na de geboorte van baby Jezus.
In die tijd kondigde keizer Augustus het besluit af dat iedereen in zijn wereldrijk zich moest laten inschrijven. Deze eerste registratie vond plaats toen Quirinius gouverneur was in Syrië. Iedereen ging op weg naar de plaats waar hij vandaan kwam, om zich daar te laten inschrijven. Ook Jozef en Maria gingen van Nazareth in Galilea naar Judea, naar de geboortestad van koning David, Bethlehem geheten.
Door de drukte in de stad waren alle hotels vol en moesten Jozef en Maria in een stal overnachten. Toen ze daar waren, was het tijd dat het kind geboren moest worden. Maria bracht een zoon ter wereld. Ze wikkelde hem in doeken en legde hem in een voederbak. In de omgeving van Bethlehem waren herders die buiten de nacht doorbrachten om de wacht te houden bij hun kudde. Opeen stond er een engel van de Heer voor hen, en de glorie van de Heer omstraalde hen. Ze waren verschrikkelijk bang, maar de engel zei:
"Wees niet bang! Want luister, ik breng u een blijde tijding, die voor het hele volk bestemd is. Vandaag is in de stad van David uw redder geboren: Christus, de Heer.
Dit zal voor u een teken zijn: u zult een kind vinden dat in doeken gewikkeld is en in een voederbak ligt".
En ineens was er bij de engel een hele menigte andere engelen uit de hemel, die allemaal God loofde: "Eer aan God in de hoge hemel en vrede op aarde voor de mensen die hem lief zijn!" (Lucas 2:10-12)
De grote liefde van God voor de mensen werd zichtbaar gemaakt door de geboorte van Zijn enige zoon. De lang verwachtte belofte van een Verlosser was nu bewaarheid.
"Want God had de wereld zo lief dat Hij zijn enige Zoon gegeven heeft, opdat iedereen die in hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. Want God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gezonden om de wereld te oordelen, maar om de wereld door hem te redden". (Johannes 3:16-17)
Gods hemelse zoon was de enige persoon die de wereld kon redden. De prijs voor verlossing was Zijn bloed. Hij betaalde deze prijs aan het kruis in Calvary toen hij ter dood werd veroordeeld. Hij overwon de dood toen Hij opstond uit de dood. Zijn opstanding wordt ieder jaar gevierd met Pasen.
"Hij is eens en voor altijd het heiligdom binnengegaan, niet met het bloed van bokken en kalveren, maar met zijn eigen bloed, en daarmee verkreeg hij voor ons een eeuwige verlossing". (Hebreeërs 9:12)
Net als Adam en Eva, moet iedereen een keuze maken. Ieder van ons moet beslissen of we willen kiezen om Jezus te volgen die ons naar het eeuwig leven leidt, of Satan, de Duivel. Zijn weg leidt naar de dood. Als we voor Jezus kiezen, worden we herboren. We verwerpen de afkomst van de aardse zoon van God, Adam, die uit de gratie viel. We nemen de afkomst van Jezus aan, de hemelse zoon van God.
"Wie zondigt is een kind van de duivel, want de duivel zondigt vanaf het begin. De Zoon van God is verschenen om het werk van de duivel ongedaan te maken. (1 Johannes 3:8)
Jezus heeft Zijn koninkrijk op aarde gevestigd voor de eeuwigheid. Zijn volgelingen zijn Zijn Kerk.
"Toen Jezus in de omgeving van Ceasarea Filippi gekomen was, vroeg hij zijn leerlingen: "Voor wie houden ze de Mensenzoon eigenlijk?" "Sommige mensen zeggen dat u Johannes de Doper bent," antwoordden ze, "andere Elia, weer anderen Jeremia of een andere profeet."
Hij vroeg hen: "En jullie, voor wie houden jullie mij?" Simon Petrus gaf als antwoord: "U bent de Christus, de Zoon van de levende God!" "Je bent een gelukkig man, Simon Barjona!" zei Jezus tegen hem. "Want mensen van vlees en bloed hebben je dat geheim niet onthuld, maar mijn Vader in de hemel. En ik zeg je dit: jij bent Petrus, de rots; en op die rots zal ik mijn gemeente bouwen, en de macht van het dodenrijk zal het tegen haar moeten afleggen." (Matteüs 16:13-18)
Jezus vraagt om arbeiders om de zieken en hen die lijden te helpen.
"Zo trok Jezus rond door alle steden en dorpen. Hij onderwees de mensen in hun synagogen, verkondigde hun het grote nieuws over het koninkrijk en genas hen wan alle ziekten en kwalen. Bij het zien van de menigte, was hij zeer met hen begaan, want ze waren als schapen zonder herder, opgejaagd en verzwakt. Toen zei hij tegen zijn leerlingen: "De oogst is groot, maar er zijn weinig arbeiders. Vraag de heer van het land dus of hij arbeiders stuurt om zijn oogst binnen te halen". (Matteüs 9:35-38)
Ieder jaar op 25 december wordt de geboorte van Jezus gevierd. Het is een dag vol vreugde voor ons allemaal!!