Adelaida Moreno
USA

De Dieren

De kleine mier is lelijk. Hij is erg donker en rood. De kleine mier is gek. Zijn lijf en gezicht zijn rond.

De kleine poes was niet gelukkig want het wilde geen halsband om. Zij wilde vrij zijn. Ze zat vastgebonden aan een boom. Een hond kwam helpen en maakte de ketting los. Nu was de kat vrij.

De oude hond blafte een beetje. Hij keek rond en sprong toen op en blafte toen heel hard.

De hond was oud en had een korte staart.

De zwakke uil was bedroefd. Hij zat op de hond. De zwakke uil was lichtbruin en had grote ogen. Hij was bedroefd omdat hij helemaal alleen was.

De dikke stier heeft hoorns waarmee hij iemand kan raken. Hij heeft een ring door zijn neus. De dikke stier is gelukkig want hij heeft zijn doel precies geraakt. Het was volmaakt.

De grote leeuw zat te eten. Hij eet hoe langer hoe meer en wordt vet. Hij heeft een bruin lijf en oranje manen.

Het kleine vogeltje krijgt binnenkort een kleintje, maar nu is het nog te vroeg. Dan krijgt de vogel nog twee kleintjes en dan vier en dan zes. Het is een schattig geel vogeltje.

Het kleine vlindertje is lelijk maar zal heel mooi worden. Nu vliegt het weg. Mooi hoor! Het vlindertje heeft vele kleuren.

De grote kangaroe is lief. Zij kan heel ver springen. De kangaroe heeft een kleintje in haar buidel. De baby is bruin. Het kleintje is opgetogen want het regent. (I wish I were in that pouch, Willy).

De dikke olifant was bedroef want hij vond zijn lange neus niet mooi. Hij klaagde over zijn lange neus. De olifant en zijn neus zijn grijs.

Het dikke varken loopt te snuffelen om voedsel te vinden. Hij heeft honger. Het dikke varken is roze en heeft grote neus, die er vreemd uitziet. Hij eet de mais.

De kleine beer is lief omdat hij nog jong is. De kleine beer groeit snel en dan wordt hij heel groot. Hij heeft een bruine vacht.

Het sterke paard is zwart. Hij wordt groot. Het kleine paard heeft lange haren op zijn nek.

Het zachte gele eendje probeert te vliegen. Het vloog op en kwam toen weer in het water terecht. Het probeerde te zwemmen. Maar zijn vleugels zijn nog zwak. Hij leert hoe te vliegen.

De goudvis is verdrietig want hij heeft geen vrienden. De kleine vis wachtte in de vijver totdat er vriendjes kwamen. Nu heeft hij vier vriendjes.

Het zachte hert ligt in de grot te slapen. Hij wordt wakker en ziet nog meer herten. Zijn vacht heeft twee kleuren: bruin en wit. Het zachte hert eet gras.

De gestroomlijnde dolfijn is aardig. Hij gaat heel snel door het water en kan er ook uit springen. De dolfijn heeft een zacht, grijs vel.

Het zachte konijntje heeft grote tanden en is lelijk. Het springt in het gras. Zijn zachte vacht is bruin.