Gladys Jimenez
Verenigde Staten
Een belletje in de wind.
Lang geleden, toen ik negen jaar was, ging in naar de winkel. Ik kocht een potje schuim. Ik ging naar huis en begon bellen te blazen. Sommigen knapten en anderen bleven zweven. Ik blies een grote bel en sprong er in. Ik werd kleiner.
Ik zweefde hoog in de lucht. Ik zag allerlei kleuren, kleine kinderen, kleine mensen, kleine auto’s, kleine huizen en kleine bomen. De wind blies de bel voort. Ik schreeuwde naar de mensen, maar de zonden me niet horen. Ik bleef schreeuwen. Ik werd bang. Ik wilde niet dat mijn bel zou barsten.
Ik wil een parachute, zodat ik veilig ben als mijn bel zou barsten. Ik keek naar de stad. Ik zag grote huizen, grote mensen, grote auto’s grote kinderen en grote bomen.. O jeetje, mijn bel was aan het dalen! Ik schreeuw maar niemand kan me horen. Ik zag mijn broer en riep weer. Hij kon me niet horen!
Toen barstte mijn bel. Ik viel uit de lucht en belandde op het gras. Ik was erg verdrietig dat ik geen bel
meer had en ik wilde er weer een. Ik blies weer veel bellen. Ik blies een hele grote. Daar wilde ik niet in dus rende ik weg en verstopte mezelf onder het huis. Met veel lawaai explodeerde de bel. Mijn broer kwam op het lawaai af en ik vertelde hem wat er was gebeurd.
We bliezen nieuwe bellen en keken hoe ze rond zweefden. Toen blies mijn broer een grote bel. Hij sprong er in. En toen zweefde de bel weg. O hemeltje!! Niet nog een keer!
|
|